


SKH, 11 juni 2004
Behandeld door ing. B.A.B. Hemmer
Vanaf 1 juli 2003 zijn er twee nieuwe richtlijnen ingegaan die betrekking hebben op explosie-veiligheid van de werkomgeving en van arbeidsmiddelen, zijnde een werkplekrichtlijn 1999/92/EG en een productrichtlijn 94/9/EG, in de wandelgangen respectievelijk de ATEX 137 richtlijn en de ATEX 95 richtlijn genoemd. De ATEX-regelgeving komt met verplichtingen om het risico op explosies, waaronder ook stofexplosies en dampexplosies, te beheersen. Door deze richtlijnen kunnen afhankelijk van de uitkomst van de risicobeoordeling en -evaluatie (RI&E) aanvullende maatregelen nodig zijn voor bijvoorbeeld houtstofafzuiginstallaties, spuitcabines, flowcoaters met randapparatuur, transport- en opslagfaciliteiten. Daarnaast zullen enkele organisatorische verplichtingen gaan gelden voor arbeidsplaatsen en moeten werknemers geïnformeerd worden.
De ATEX 95 richtlijn stelt verplichtingen aan fabrikanten van arbeidsmiddelen en apparatuur die gebruikt wordt binnen explosiegevaarlijke omgevingen. Vanuit de ATEX 95 richtlijn dienen de risico's van de installatie door de fabrikant beoordeeld te worden. De richtlijn houdt in dat de fabrikant zijn apparatuur levert met een conformiteitsverklaring waarin hij bevestigt dat hij de risico's ten aanzien van explosiegevaar heeft beoordeeld. Tevens dient hij zijn producten voorzien te hebben van het Ex teken, wanneer deze in een explosiegevaarlijke omgeving gebruikt worden. De ATEX 95 richtlijn is per 1 juli 2003 van kracht op nieuwe arbeidsmiddelen en voor substantiële wijzigingen aan arbeidsmiddelen die plaatsvinden na 1 juli 2003. Substantieel wil zeggen daar waar er sprake is van wijziging van essentiële veiligheids- en gezondheidseisen (bijv. temperatuur, capaciteit, enz.). Bestaande arbeidsmiddelen hoeven niet aan de ATEX 95 richtlijn te voldoen.
De ATEX 137 richtlijn richt zich tot de werkgevers. Wanneer uit de RI&E blijkt dat er explosiegevaarlijke stoffen (houtstof en/of oplosmiddelhoudende verfen en lakken) aanwezig zijn dient de werkgever er zorg voor te dragen dat de arbeidsplaatsen en arbeidsmiddelen die worden gebruikt explosieveilig zijn en worden gehouden. In dit geval dient de werkgever een explosieveiligheidsdocument op te stellen. Dit explosieveiligheidsdocument omvat de identificatie van de gevaren, de beoordeling van de risico's en de omschrijving van de maatregelen ter bescherming van de gezondheid en veiligheid van werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen. In de bijlagen van de regeling is te vinden hoe er invulling gegeven kan worden aan de verplichtingen van de richtlijn. Deze voorschriften betreffen organisatorische maatregelen zoals o.a. opleiding van werknemers, schriftelijke instructies, werkvergunningen, frequentie van onderhoud, uitvoeren van kunstmatige ventilatie en het treffen van explosieveiligheidsmaatregelen. Wanneer er één of meer explosiegevaarlijke plaatsen binnen het bedrijf aanwezig zijn dient er tevens een zone-indeling gemaakt te worden. Deze gebieden dienen van een markering conform de ATEX 137 richtlijn te worden voorzien. De ATEX 137 richtlijn geldt per 1 juli 2003. In de richtlijn wordt onderscheid gemaakt tussen arbeidsmiddelen en arbeidsplaatsen. Nieuwe arbeidsplaatsen dienen per 1 juli 2003 te voldoen, bestaande arbeidsplaatsen pas per 1 juli 2006. Voor arbeidsmiddelen ziet de richtlijn er iets anders uit. Voor zowel bestaande en nieuwe arbeidsmiddelen en substantiële wijzigingen aan arbeidsmiddelen is de richtlijn per 1 juli 2003 van kracht.
De ATEX-regelgeving is in de Beleidsregels arbeidsomstandigheden-wetgeving opgenomen onder artikel 3.5. Naast deze regels zijn er in overleg met de Arbeidsinspectie, volgens de systematiek van de Arbeidsomstandigheden regelgeving, boetenormbedragen bepaald en toegevoegd aan de artikelen. In een aantal gevallen betreft het ernstige beboetbare feiten, waarbij de Arbeidsinspectie afhankelijk van de situatie het werken kan stil leggen.
Boetebedragen op grond van Arbobesluit op te leggen door de Arbeidsinspectie bij ontbreken van:
- geen explosieveiligheidsdocument, art. 3.5.c-1 € 450,00
- geen volledigheid explosieveiligheidsdocument 3.5.c-4 € 225,00
- alg. preventieve maatregelen, art. 3.5.d-1 € 2250,00 (mogelijke stillegging)
- maatregelen tot beperken van schadelijke gevolgen van een explosie, art. 3.5.d-3 € 2250,00
- inrichting arbeidsplaats onveilig, art 3.5.d-4 € 2250,00 (mogelijke stillegging)
- geen zonering uitgevoerd, art. 3.5.d-5 € 2250,00 (mogelijke stillegging)
- geen waarschuwingsborden aangebracht 3.5.d-6 € 270,00
- geen schriftelijke instructies naar personeel 3.5.f-a € 270,00
- vluchtwegen niet beschikbaar en gebruiksklaar 3.5.f-f € 1350,00
NB Bovenstaande is geen volledige opgave.
Per 1 juli 2003 dient de risicobeoordeling en -evaluatie RI&E uitgevoerd te worden ten aanzien van explosieveiligheid. Ook voor arbeidsplaatsen welke na 1 juli 2003 voor het eerst worden gebruikt dienen voor ingebruikname de risico's ten aanzien van explosiegevaar onderzocht te worden. Wanneer er uit de RI&E blijkt dat er gevaren ten aanzien van explosiegevaar heersen stelt de ATEX 137 richtlijn de volgende eisen:
Binnenkort zullen, om invulling te kunnen geven aan de verplichtingen van de ATEX-regelgeving, de volgende documenten beschikbaar zijn:
De Arbeidsinspectie heeft een voorlichtingsbrochure uitgebracht.
_________________________________________________________________________
