INBRAAKWEREND GEVELTIMMERWERK

SKH Wageningen
Tel: 0317 - 453425
Fax: 0317 - 412610
E-mail: mail@skh.org

Hoofdstuk 1

DOCUMENTEN, PRESTATIE-EISEN EN TOEPASSINGSGEBIED

Publicatie: 98-08
Uitgegeven: 12-2004
Vervangt: 01-2003

DOCUMENTEN

Bouwbesluit
NEN 5087 "Inbraakveiligheid van woningen. Bereikbaarheid van gevelelementen: deuren, ramen en kozijnen";
NEN 5096 "Inbraakwerendheid. Gevelelementen met deuren, ramen, luiken en vaste vullingen. Eisen, classificatie en beproevingsmethoden";
NEN 5096/A1 "Wijzigingsblad Inbraakwerendheid - Gevelelementen met deuren, ramen, luiken en vaste vullingen".
NEN-EN 356  "Glas in gebouwen -Beveiligingsbeglazing- beproeving en classificatie van de weerstand tegen manuele aanval";
KVT '95 "Kwaliteit van houten gevelelementen";
BRL 0801 "Nationale beoordelingsrichtlijn voor het KOMO® attest-met-productcertificaat voor Houten gevelelementen";
BRL 0803 "Nationale beoordelingsrichtlijn voor het KOMO® attest-met-productcertificaat voor houten buitendeuren".
BRL 3104 "Nationale Beoordelingsrichtlijn voor afgifte van KOMO®-Productcertificaten voor INBRAAKWEREND HANG- en SLUITWERK voor RAMEN, DEUREN EN LUIKEN"
URL 9901 "Uitvoeringsrichtlijn voor het uitwisselen van gecertificeerd hang- en sluitwerk m.b.t. in klasse 2 van NEN 5096 in te delen inbraakwerende gevelelementen"
Handboek Politiekeurmerk Veilig Wonen® Nieuwbouw.

BOUWBESLUIT

In het Staatsblad van 2001, 410 is het onderstaande besluit van 7 augustus 2001 met betrekking tot de opname van artikelen 2.214 en 2.215 van het Bouwbesluit gepubliceerd. In het Staatsblad 582, besluit van 28 november 2002, is via artikel 4 de inwerkingtreding met ingang van 1 januari 2003 geregeld.

BOUWBESLUIT PER 1 JANUARI 2003

Artikel 2.214

  1. Een te bouwen bouwwerk biedt weerstand tegen inbraak
  2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.214 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.
  3. Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfunctie waarvoor in tabel 2.214 geen voorschrift is aangewezen.

Tabel 2.214

Gebruiksfunctie leden van toepassing
  hoedanigheid
artikel 2.215

lid

*
1. Woonfunctie
a. woonfunctie van een woonwagen
-
b. andere woonfunctie
*
2. Bijeenkomstfunctie -
3. Celfunctie -
4. Gezondheidszorgfuctie -
5. Industriefunctie -
6. Kantoorfunctie -
7. Logiesfunctie -
8. Onderwijsfunctie -
9. Sportfunctie -
10. Winkelfunctie -
11. Overige gebruiksfunctie -
12. Bouwwerk geen gebouw zijnde -

Artikel 2.215

Deuren, ramen, kozijnen en daarmee gelijk te stellen constructie-onderdelen in een uitwendige scheidingsconstructie van een niet-gemeenschappelijke ruimte, die volgens NEN 5087 bereikbaar zijn voor inbraak, hebben volgens NEN 5096 bepaalde inbraakwerendheid die voldoet aan de in die norm aangegeven weerstandsklasse 2. Dit geldt ook voor de inwendige scheidingsconstructie tussen een niet-gemeenschappelijke ruimte en een aangrenzende gebruiksfunctie of een aangrenzende gemeenschappelijke ruimte.

De bereikbaarheid van gevelelementen voor de gelegenheidsinbreker dient vastgesteld te worden volgens NEN 5087. In de onderstaande afbeelding is een voorbeeld, afgeleid van NEN 5087, opgenomen.

Let op: In Politiekeurmerkwijken kan in afwijking op de norm voor bereikbaarheid (NEN 5087) ook andere gevelelementen zijn aangewezen als ‘bereikbaar’. Ter voorkoming van interpretatieverschillen is het raadzaam hier navraag naar te doen bij de opdrachtgever en de uitkomst schriftelijk vast te leggen.

Standaard afwijking bij PKVW

Binnen het Politiekeurmerk Veilig Wonen® geldt als standaard eis (W6 + W7), dat de ramen en deuren van een inpandige / aangrenzende berging en/of garage deze ramen en deuren inbraakwerend conform klasse 2 NEN 5096 dienen te zijn en vervalt de eis van inbraakwerendheid van een eventuele tussendeur van garage / berging naar de woning.

INBRAAKWERENDHEID BIJ RENOVATIE

De eis aan de inbraakveiligheid staat in Bouwbesluit hoofdstuk II 'Technische voorschriften omtrent het bouwen van woningen en woongebouwen'. De definitie van 'bouwen' staat in Woningwet art. 1.1.a.:

'het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een standplaats'.

Hieruit volgt dat voor renovatie onverkort de voorschriften voor nieuwbouw gelden. Eventuele vrijstellingen zijn strikt gelimiteerd in Bouwbesluit hoofdstuk XIII, art. 406 (Woningen en woongebouwen). Art. 406.1 luidt als volgt:

'Burgemeester en wethouders kunnen bij het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een woning of woongebouw vrijstelling verlenen van een voorschrift van hoofdstuk II tot het niveau van het desbetreffende voorschrift van hoofdstuk III.'

In lid 2 tot en met 5 volgen allerlei restricties. De strekking is in elk geval dat een vrijstelling alleen bedoeld is voor een bestaande bouwkundige samenhang die zodanige beperkingen met zich mee brengt dat het onmogelijk of onredelijk is om de nieuwbouweisen te handhaven. Verder geldt alleen nog vrijstelling voor een monument zoals bedoeld in de Monumentenwet of in een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening.

Alleen die onderdelen die onderwerp zijn van renovatie moeten voldoen aan de nieuwbouweisen. Woningwet art. 4 luidt namelijk als volgt:

'De bij of krachtens de in artikel 2 bedoelde algemene maatregel van bestuur gegeven voorschriften omtrent het bouwen vinden bij het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen en bij het vergroten van een bouwwerk of standplaats slechts toepassing voor zover zij betrekking hebben op die vernieuwing, verandering of vergroting.'

Onderdelen die hier buiten vallen, moeten (blijven) voldoen aan hoofdstuk III. Hoofdstuk III bevat 'Technische voorschriften omtrent de staat van bestaande woningen en woongebouwen', dus voor bestaande situaties.

Uit het bovenvermelde volgt dat een timmerfabriek altijd te maken heeft met de nieuwbouwvoorschriften en nooit te maken kan hebben met de voorschriften voor de bestaande bouw. Een timmerfabriek kan hooguit te maken hebben met een vrijstelling van Burgemeester en wethouders, op grond van òf onredelijke bouwkundige beperkingen òf een monumentenvergunning. Een voorbeeld van een onredelijke bouwkundige beperking is wellicht dat niet de kozijnen, maar alleen de ramen worden vervangen, terwijl de inbraakwerendheid in dat concrete geval slechts te realiseren is na een (onevenredig kostbare) aanpassing van de kozijnen, die anders niet doorgevoerd zou worden. Een tweede voorbeeld is dat bestaande, te handhaven kozijnen zo'n onregelmatig verloop in maatvoering hebben, dat de hang- en sluitnaden slechts binnen de toleranties kunnen blijven na (onevenredig kostbare) maataanpassingen van de nieuw te vervaardigen ramen. Dit argument gaat met de komst van moderne meet- en productieapparatuur echter steeds minder op. Met het oog op de aansprakelijkheid en ten behoeve van de in- en externe kwaliteitsbewaking ligt het dan voor de hand dat de timmerfabriek van de opdrachtgever een kopie van de vrijstelling vraagt.

Het bovenstaande geldt overigens niet alleen voor het onderwerp inbraakwerendheid, maar in principe voor alle eisen van het Bouwbesluit. Alleen de vrijstellingsmogelijkheden verschillen per onderwerp.

Aanvullende eisen tbv Politiekeurmerk Veilig Wonen® Nieuwbouw

De in deze SKH-publicatie genoemde houten gevelelementen klasse 2 en klasse 3 voldoen onder de volgende voorwaarden aan de eisen van het Politiekeurmerk Veilig Wonen®:

  1. De deuren van 1 woning dienen te zijn voorzien van gelijksluitende goedgekeurde cilinders zie hoofdstuk 4.2.1;
  2. Draaiknopcilinders in voor inbrekers bereikbare deuren (voordeur, zijdeur, achterdeur, balkondeur en schuifpui) mogen alleen worden toegepast met inbraakwerende beglazing conform klasse 2 van de EN 356;
  3. Er dient zicht te zijn op bezoekers voor de voordeur (PKVW-eis W2) Wanneer geen helder glas in de voordeur of in de directe omgeving is aangebracht dient de voordeur te zijn voorzien van een deurspion op een voorkeurshoogte van 1,5 meter;
  4. Balkon- en tuindeuren, die niet als ingang worden gebruikt, zijn bij voorkeur uitgerust met een slot met een halve cilinder en blind cilinderveiligheidsbeslag aan de buitenzijde.

Per 01 januari 2005 zijn de volgende PKVW-eisen (W3+ W4) t.a.v. gebruiks-vriendelijkheid van toepassing:

  1. Deuren zijn voorzien van meerpuntssluitingen waardoor het sluitwerk op één positie is te bedienen;
  2. Deuren zijn voorzien van een bedieningspunt dat gelegen is tussen 0,9 en 1,4 meter, gemeten vanaf de vloer;
  3. Deuren zijn voorzien van sluitwerk dat licht, dat wil zeggen zonder buitensporige krachtsinspanning, vergrendeld kan worden;
  4. Bij tongnaalddeuren (actieve en passieve deur) geldt dat de bediening van de passieve deur (maximaal twee bedieningspunten) zijn gelegen tussen 0,9 en 1,4 meter, gemeten vanaf de vloer.
  5. Ramen zijn voorzien van maximaal 2 bedieningspunten die zijn gelegen tussen 0,9 en 1,4 meter, gemeten vanaf de vloer.
  6. Sluitwerk van ramen dient met één sleutel te kunnen worden bediend.
  7. Sluitwerk van ramen en deuren dient licht, dat wil zeggen zonder buitensporige krachtsinspanning, vergrendeld te kunnen worden.

Het Politiekeurmerk Veilig Wonen® is geen bouwbesluiteis, maar een privaatrechtelijk eisenpakket.
Veel nieuwbouwwoningen ontvangen in een later stadium het PKVW-certificaat voor Veilige Woning, mits aan de overige woningeisen is voldaan.


Vervallen versies: